Bonjour monsieur le maire (Kort verhaal)

Gepubliceerd op 27 april 2020 om 19:01

In ons favoriete Provençaalse dorp sta ik in een kleine tabac als de burgemeester binnenstapt/ Aah bonjour monsieur le maire, comment allez vous’, zegt de vrouw achter de toonbank/Als we om 20.15 uur op het plein komen is het bommetje vol. Het ziet er heel gezellig uit, er klinkt muziek uit de speakers, er hangen gekleurde lichtjes in de bomen, er staan lange tafels en er klinkt een gezellig geroezemoes

In ons faforiete Provencaalse dorp sta ik in een kleine tabac als de burgemeester binnenstapt.

We zijn net naar een hele leuke Brocante markt geweest op het dorpsplein van het mooie dorpje. Heerlijk slenteren in het voorjaarszonnetje en daarna lekker genieten op een terras met uitzicht over het dal, mijn dag kan niet meer stuk. We zitten ons suf te genieten en blijven lekker lang zitten.

We hebben al hele leuke dingen gekocht, een oud ijzeren  flessenrek, wat rieten manden en kapstokjes, een stuk of wat Pastis/Ricard karafjes een paar zinken teilen, wat reclamebordjes, een straatnaambord en een oude school landkaart van Frankrijk, die houden we zelf, zo leuk!

Ik koop net wat mooie kaarten van de Provence voor m’n vakantie journal en sta bij de kassa om af te rekenen, als er een man de tabac binnen komt. Donker haar, vriendelijke blik en colbertje met nette spijkerbroek. Een amicaal bonjour galmt door de ruimte.’ Aah bonjour monsieur le maire, comment allez vous’, zegt de vrouw achter de toonbank.

De man koopt een krantje en maakt een praatje en ik denk: de burgemeester, echt de burgemeester van het plaatsje waar wij al meer dan 25 jaar komen, wat leuk! Hij kijkt mijn kant op, ik zeg zachtjes bonjour en draai me om, om weg te gaan.                   

Maar dan draai ik weer terug en zeg: ‘vous etes echt de burgemeester?’  Mais oui’ zegt hij ‘en personne.’

Ik schud hem de hand en stel mezelf voor. Ik vertel hem dat wij al meer dan 25 jaar in dit mooie dorp komen en dat ik het leuk vind om de burgemeester van ons favoriete Franse dorp te ontmoeten. Dat vind hij leuk om te horen.

Wij weten nog goed hoe het dorp er 25 jaar geleden uitzag, en ik complimenteer hem met de mooie renovaties van de toen sommige wat vervallen straatjes                                                              

Ja, we weten ook nog hoe het nu prachtig gerenoveerde hotel halverwege de heuvel een bouwval was. Ik zeg:’ Een duivenkot.’ ‘Oui, oui, un pigeonnier' zegt hij, ‘ja dat was het echt hè!’.

Ik vertel dat we vandaag voor de voor de jaarlijkse brocantemarkt gekomen zijn en dat we brocanteurs zijn van Franse brocante in Nederland. ‘Ahhh vous êtes brocanteurs!’

 

We hebben het over de camping in het dal waar we jaren hebben gestaan, over de cave net buiten het dorp, waar we op de terugweg altijd even langs gaan om een paar doosjes wijn te kopen.  Bien sûr, kent hij die! ;)  En over de wekelijkse markt waar hij altijd z’n kaasjes haalt en wij ook. Zo praten we nog een tijdje gezellig door.

Dan vraagt hij of we vanavond ook naar het diner op het dorpsplein komen. Ik zeg: ‘Maar, het diner is dat niet seulement voor de bewoners?’

’Mais non, u komt hier al 25 jaar, venez/  kom toch’ zegt de burgemeester. En als hij ziet dat ik twijfel:’ J’insiste/ ik sta erop.’   Hij kijkt me vrolijk aan en ik stamel: ‘Eh eh oui, je veux bien.’                                                                

‘Het begint om 20.00 uur’ zegt hij. ’Ik hou wel een plekje voor jullie vrij’. Hij schud me de hand en zegt: ‘Tot vanavond madame.’

 

Even later loop ik met een big smile naar m’n man die op een muurtje zit te wachten en ik denk: dat is die burgemeester vanavond vast weer vergeten, maar oké hoe leuk was dat! 

Ik vertel wat er is gebeurd. ‘Nee echt’, zegt Ad, ’dat je dat hebt gedaan!, das niks voor jou, maar wat lache!’                                   

Als ik zeg dat we zijn uitgenodigd om aan te schuiven bij het diner op het dorpsplein vanavond, maar dat ik twijfel of we wel moeten gaan zegt hij: ‘Joh we gaan gewoon even kijken vanavond, en als het niks is zijn we zo weer weg.’

 

Als we om 20.15 uur op het plein komen is het bommetje vol. Het ziet er heel gezellig uit, er klinkt muziek uit de speakers, er hangen gekleurde lichtjes in de bomen, er staan lange tafels en er klinkt een gezellig geroezemoes. Maar ik zie geen plekje meer vrij. Ik kijk wat vertwijfeld rond en denk: misschien toch maar niet.

Dan zie ik een hand omhoog gaan en hoor een stem die zegt:’ Aah vous êtes là. Kom ik heb een plekje voor jullie vrijgehouden.’                                                                      

We schudden handen en worden voorgesteld als ‘les brocanteurs Francais de Hollande.’

Eerst voelen we ons wat ongemakkelijk maar na een paar wijntjes is ons Frans opeens een stuk beter en zitten we gezellig te kletsen.

Er staan manden met brood en karafjes wijn op de lange tafels.  Het hoofdgerecht is paella, zoals eigenlijk bij elk dorpsfeest gewoonte is. Gemaakt in echt enorme wokpannen op het vuur van een paar  gammele gaspitten aan de zijkant van het plein. Het ruikt heerlijk en smaakt fantastisch.

 

We eten, we praten, we proosten en we lachen. Ik kijk om me heen en geniet van de gezellige sfeer en denk bij mezelf : soms moet je gewoon durven en doen wat je hart je ingeeft, je weet nooit wat voor leuks eruit voortkomt en proost met Ad op een hele mooie bijzondere avond in de Provence.

 

BONNE JOURNÉE

BrocFrance